Water

Future Shores

Wat lector Wietse van de Lageweg leert van de praktijk

English

Lector Wietse van de Lageweg heeft de afgelopen drie jaar de helft van zijn aanstelling bij Rijkswaterstaat Zee en Delta gewerkt als ‘lector bij een instituut’. Met nog een jaar te gaan vertelt hij wat deze samenwerking heeft opgeleverd voor Rijkswaterstaat, het lectoraat Building with Nature en zijn eigen professionele ontwikkeling.

Paul Vader, redacteur HZ Discovery

De naam van het project is Future Shores, kusten van de toekomst. Een breed perspectief. Te breed volgens Wietse van de Lageweg, dus heeft hij het versmald tot de Oosterschelde en Veerse Meer. Natuurlijke materialen en processen zijn de middelen om de toekomstige kusten te beschermen, rekening houdend met de huidige en vooral de verwachte zeespiegelstijging. Het project leert hem met een beheerdersblik naar oplossingen te zoeken.

Zandhonger van de Oosterschelde

Het probleem van de Oosterschelde na de bouw van de stormvloedkering is dat de stroming in het systeem zodanig is afgenomen dat platen en schorren niet meer worden opgehoogd door afzetting van sediment, terwijl ze wel afkalven door golfslag. Zandhonger noemt men dit proces dat de intergetijdengebieden langzaam doet verdwijnen. Rijkswaterstaat voert regelmatig zandsuppleties uit om de platen op te hogen zodat ze niet ‘verdrinken’. Hierdoor blijven belangrijke natuurlijke functies voor bijvoorbeeld vogels behouden. Het sediment wordt in vooraf aangewezen putten in de Oosterschelde gewonnen en naar de suppleties getransporteerd.

In het project Future Shores stonden de vooroevers in de Oosterschelde centraal, de slikken en schorren, die ook te maken hebben met een gebrek aan sediment dat wordt afgezet waardoor ze eroderen. Suppleren zou ook hier een oplossing zijn, niet met grote hoeveelheden zand uit speciale winputten, maar met baggerspecie dat regelmatig beschikbaar komt en nu in diepere gedeeltes van de Oosterschelde wordt gestort. “Ik heb met studenten Civiele Techniek onderzocht hoeveel sediment er jaarlijks vrijkomt bij het openhouden van vaarwegen en het baggeren bij havens. En dan kom je bij elkaar op een aardige hoeveelheid. Genoeg om bepaalde plekken af en toe een klein beetje op te hogen,” zegt Van de Lageweg. Voorwaarde is dat er naar de kwaliteit wordt gekeken, vooral van het fijne slib dat makkelijk zware metalen bindt.

Future Shores

Future Shores wordt mogelijk gemaakt dankzij het L.INT-programma. L.INT staat voor ‘Lectorposities bij instituten’ en is een subsidieregeling van Regieorgaan SIA. Rijkswaterstaat bekleedt binnen het programma de rol van kennisinstituut waarmee de HZ samenwerkt om het onderzoek uit te voeren.

Future Shores loopt tot medio 2026. Als lector begeleidt Wietse daarnaast studenten die onderzoek uitvoeren waarmee Future Shores ook bijdraagt aan de waterexperts van de toekomst.

Een slibmotor in de Krabbenkreek

De meeste schorren in de Oosterschelde hebben een rand van stenen als verdediging tegen erosie, waardoor ze niet meer natuurlijk verbonden zijn met het watersysteem. In de Krabbenkreek ligt een stukje schor zonder harde oeververdediging. Van de Lageweg onderzoekt met studenten of het mogelijk is om een suppletie van sediment voor het schor te leggen dat de stroming dempt en daarmee de erosie remt. Het is geen kwestie van zomaar een lading bagger voor het schor storten. De vorm van de suppletie is belangrijk, maar ook wanneer in de getijdencyclus je haar aanbrengt.

“Vorig jaar hebben studenten een simulatie uitgevoerd die mooi liet zien wat er met het fijne slib gebeurt of je het stort met eb of met vloed.” De suppletie zou zelfs sediment kunnen leveren om het schor op een natuurlijke manier te laten aanslibben. “Een soort slibmotor", zegt Van de Lageweg, refererend aan de bekende zandmotor die voor Noordwijk in de Noordzee is aangebracht. “Dat zou heel innovatief zijn, maar verdient nadere uitwerking met andere belanghebbenden zoals de mosselvissers die beducht zijn voor vertroebeling van het water.”

‘Ik heb met studenten Civiele Techniek onderzocht hoeveel sediment er jaarlijks vrijkomt’

Wietse van de Lageweg, lector Building with Nature

Erosie afremmen in Viane

Voor de kust van Schouwen in de buurt van het Watersnoodmuseum ligt Viane, een mooi slikkengebied met een klein schor. Ook hier is sprake van erosie met een halve tot een hele centimeter per jaar. “Dat lijkt niet veel," zegt Van de Lageweg, “maar in dit soort vlakke gebieden ben je in tien tot twintig jaar al snel veel areaal kwijt.” Het project Future shores inventariseert de mogelijkheden om via natuurbouw de erosie af te remmen, ook omdat het gebied voorlopig niet aan de beurt is in het reguliere suppletieprogramma van Rijkswaterstaat.

“We zijn aan het zoeken hoe je met natuurlijke materialen de erosie kan afremmen. Er is ooit een oesterrif aangelegd, maar het mikt nauw waar je dat rif plaatst. Hoog in het getijdegebied betekent dat de oesters lang droog staan en niet goed groeien of zelfs sterven; wanneer het rif lager ligt remt het de stroming en daarmee de erosie onvoldoende.”

Hij denkt aan dammetjes van rijshout, gevlochten wilgentenen, die op verschillende plaatsen in het gebied worden geplaatst. “In de Eemsmonding worden ze gebruikt om het sediment vast te houden. Ik wil graag kijken of ze ook de erosie kunnen afremmen.” Hij heeft hierover een opdracht geformuleerd waarmee de masterstudenten dit semester aan de slag gaan. “Het blijft tenslotte experimenteren.”

Building with Nature

Het lectoraat Building with Nature onderzoekt hoe je in de kustverdediging zo veel mogelijk gebruik kunt maken van de natuur, zodat er bijvoorbeeld ook ruimte is voor recreatie.

Lees meer over het lectoraat

Verkwalling in het Veerse Meer

Het Veerse meer is het eerste watersysteem dat nu al de gevolgen van klimaatverandering ondervindt, niet vanwege de waterveiligheid, want het Veerse meer heeft geen primaire dijken, maar in de waterkwaliteit. Van de Lageweg legt uit hoe dat zit. “Het Veerse meer is een voedselrijk systeem dat veel nutriënten via de gemalen uit de omliggende polders ontvangt. In het oosten is een doorlaat in de Zandkreekdam gemaakt, waar uitwisseling met schoner Oosterscheldewater plaatsvindt. Wanneer de zeespiegel stijgt vindt er minder uitwisseling plaats, omdat het niveau van de Oosterschelde meegaat, terwijl dat van het Veerse meer op eenzelfde peil moet worden gehouden. Tezamen met een stijging van de zomertemperaturen leidt dit tot bloei van algen en bijvoorbeeld kwallen, wat smet stank en overlast gepaard gaat. Bij Rijkswaterstaat wordt dit verkwalling genoemd. Dat is niet goed voor het ‘toeristisch product’.”

De oplossing is om het peil van het Veerse meer te laten meebewegen met de zeespiegelstijging zodat er meer uitwisseling met de Oosterschelde plaatsvindt. En dan komt Future Shores weer om de hoek kijken, want verhoging van het peil betekent aanpassing van de oevers of zelfs overstroming van bepaalde delen. Dat laatste gebeurt niet bij een paar centimeter, maar wel bij een paar decimeter tot een halve meter. “Nu is 90 procent van de oevers hard, met steen of asfalt. Als het peil omhoog gaat en er stukken onderlopen komen er flinke oppervlakken natte terreinen bij die waardevolle natuur opleveren. Ik spreek dan ook liever van een kans dan van een probleem.” Hij weet ook dat je dat niet van de ene op de andere dag kunt doen. “Jachthavens die vaste steigers hebben, boeren die te maken krijgen met meer zoute kwel, villabewoners aan de rand van het water, met ieder van hen zul je een goed gesprek moeten hebben over aanvullende maatregelen zoals extra drainage.”

Het beheerdersperspectief

Zijn tijd bij Rijkswaterstaat levert hem niet alleen heel veel waardevolle contacten op, maar leert hem ook om als beheerder naar zijn vak te kijken. “Ik kom uit de wetenschap. In de onderzoeksgroep zijn we vooral bezig met het snappen van een situatie vanuit de hydrodynamica en de ecologie. In theorie klopt het allemaal wel, maar de vertaling naar de praktijk is vaak beperkt. Dankzij mijn werk bij Rijkswaterstaat ben ik veel meer vanuit het beheerdersperspectief gaan denken en beter in staat om alle belangen tegen elkaar af te wegen.” En dat is nodig om impact te maken. “Je kunt wel van alles bedenken, maar wat heb je eraan als het vanwege praktische bezwaren niet uitvoerbaar is. Het ecologische aspect is maar een klein deel van oplossing.”

Over ruim een jaar zit zijn aanstelling bij Rijkswaterstaat erop en komt hij terug bij de HZ. “Dat is goed voor mijn zichtbaarheid hier en het werk bij het lectoraat.” Toch heeft hij ook al ideeën over een eventueel vervolg. “Misschien een gedeeltelijke aanstelling bij een wetenschappelijk instituut zoals Deltares. Mijn collega Hans Cappon, die een dag in de week bij Wageningen werkt, heeft daar heel veel baat bij in zijn werk als lector.”

Over Wietse van de Lageweg

Wietse van de Lageweg is lector Future Shores aan de HZ binnen de onderzoeksgroep Building with Nature. Samen met studenten en professionals uit de beroepspraktijk doet hij praktijkgericht onderzoek naar de kust van de toekomst. Natuurlijke processen zoals golven en getij in combinatie met natuurlijke materialen zoals zand, klei en schelpdieren spelen de hoofdrol in zijn onderzoek.

Hij is als aardwetenschapper geïnteresseerd in fluviatiele, estuariene en kustsystemen, die worden gekenmerkt door steeds veranderende patronen in stroming en sedimenttransport en complexe interacties met vegetatie en fauna.

Stuur Wietse een e-mail