4.6b Niet-bewoonde koopwoningen
Dit dashboard geeft inzicht in het aantal koopwoningen waarin geen bewoners staan ingeschreven in de periode 2018–2023. De cijfers zijn uitgesplitst naar gemeenten in Zeeland en worden op drie manieren gepresenteerd: als aandeel van het totale woningbestand, als absoluut aantal woningen en als aantal per 1.000 koopwoningen.
Een hoog aandeel niet-bewoonde koopwoning lijkt in eerste instantie te impliceren dat een groot deel van het woningaanbod aangewend wordt voor de logiessector. Dit is echter niet met zekerheid te zeggen. Er zijn nog talloze andere redenen te noemen waarom koopwoningen niet bewoond zijn. Voorbeelden hiervan zijn leegstand of verbouwing.
Het dashboard geeft inzicht in de omvang en spreiding van niet-bewoonde koopwoningen. Cijfers over niet-bewoonde koopwoningen zeggen op zichzelf weinig over toeristisch gebruik. De categorie omvat ook woningen die tijdelijk leegstaan door verkoop, verbouwing of nalatenschap; tegelijkertijd is bekend dat in toeristische regio’s, zoals kustgebieden, een deel van deze woningen wordt gebruikt als tweede woning of voor recreatief verblijf, waardoor het aandeel dat met toerisme samenhangt regionaal kan verschillen. Gemeenten als Sluis, Noord-Beveland en Veere hebben structureel de hoogste aandelen en aantallen per 1.000 koopwoningen. Ook in Schouwen-Duiveland is sprake van bovengemiddelde waarden, al liggen deze iets lager dan in de eerdergenoemde gemeenten. Daartegenover laten Middelburg, Vlissingen, Goes en Terneuzen juist lagere aandelen niet-bewoonde koopwoningen zien, wat erop wijst dat de woningvoorraad daar vaker permanent wordt bewoond. Kleinere gemeenten zoals Borsele, Kapelle, Reimerswaal en Tholen kennen over het algemeen relatief stabiele en lagere waarden, met kleine schommelingen door de jaren heen.
