4.6a Woningmarkt: logiesfuncties versus woonfuncties

Dit dashboard laat zien hoe het aantal gebouwen met een logiesfunctie (zoals hotels en vakantiehuizen) zich verhoudt tot het aantal gebouwen met een woonfunctie in Zeeuwse gemeenten, Zeeland en Nederland over de periode 2018–2024. Behalve het aandeel ten opzichte van elkaar is ook de absolute omvang weergegeven.

Deze indicator geeft een indruk van balans of disbalans tussen gebouwen die beschikbaar zijn voor toeristen versus die voor vaste bewoners. Oftewel: in de mate waarin toeristische functies en woonfuncties met elkaar in evenwicht zijn. Veranderingen in deze verhouding kunnen effect hebben op de woningvoorraad en de ontwikkelruimte voor toerisme. Beide hebben op een eigen manier weer impact op de economie, maatschappij en omgeving.

Er is geen bepaalde verhouding die per definitie goed of slecht is. De uitkomst krijgt betekenis afhankelijk van de lokale context en de ruimtelijke keuzes die worden gemaakt.

Hoe werkt het dashboard?
Extra toelichting

De grafiek linksboven toont het de gebouwen met logiesfunctie als aandeel van het aantal gebouwen met woonfunctie. Een percentage van 25% betekent bijvoorbeeld dat voor elke 100 gebouwen met woonfunctie er 25 gebouwen met een logiesfunctie zijn. We zien dat dit aandeel in de toeristische kustgemeenten Noord-Beveland, Sluis, Veere en Schouwen-Duiveland significant hoger ligt dan in de overige Zeeuwse gemeenten. Het hoogste aandeel vinden we in Noord-Beveland, waar er voor iedere 100 gebouwen met woonfunctie, ca. 40,7 gebouwen met logiesfunctie zijn. Het laagste aandeel is te vinden in de gemeente Hulst: voor elke 100 gebouwen met woonfunctie zijn er 'slechts' ca. 0,2 gebouwen met logiesfunctie.

De grafiek rechtsboven laat zien dat het aandeel gebouwen met logiesfunctie ten opzichte van de gebouwen met woonfunctie in de periode 2018-2024 is toegenomen in Zeeland, van ca. 8,6% tot ca. 10,2%.

Blijf op de hoogte!

Meld u aan voor onze nieuwsbrief

Colofon